Kinderoefentherapie bij babies

Gedurende het eerste levensjaar leert een baby onvoorstelbaar veel; eerst lachen en gezichten herkennen en grijpen, en later eten met een lepel, kruipen en lopen. Ieder kind doet dit op zijn eigen manier, en in zijn eigen tempo. In onze praktijk worden veel babies gezien waarbij de motorische ontwikkeling anders verloopt.

Voorkeursligging

Meestal betreft dat babies met een voorkeursligging of voorkeurshouding. Deze kinderen hebben, vaak al snel na de bevalling, een sterke voorkeur voor een bepaalde stand van het hoofd als ze in hun bedje of in de box liggen. Soms wordt deze voorkeur zo sterk dat het hoofdje zelfs in hun slaap niet meer opzij/andersom kan worden gelegd, en dat ze ook overdag de andere kant "vergeten". Dit kan leiden tot een afplatting van de babyschedel (ook wel: afgeplatte schedel), aangezien deze het eerste halfjaar nog heel vervormbaar is. Het hoofdje ziet er dan scheef uit.

Wanneer de afplatting middenachter is noemen wij dit een brachycephalie. Is de afplatting aan één kant van de schedel dan noemen wij dit een plagiocephalie. In dit geval kan het ook zijn dat het oortje aan die zijde naar voren staat tov. het andere oortje.

Een oplossing

De artsen en verpleegkundigen van het Consultatiebureau letten hier elke keer goed op, en geven de ouders adviezen mee om dit op te lossen. Toch komt het regelmatig voor dat die adviezen niet voldoende zijn om de voorkeursligging van de baby te doorbreken. In dat geval verwijst het CB, in samenspraak met de ouders, naar onze praktijk door.

Wij komen dan thuis langs, om houdings- en hanteringsadviezen te geven, en die toe te spitsen op het kind en de leefwereld thuis. Het is voor de meeste ouders even wennen om deze adviezen toe te passen ( denk bijvoorbeeld aan het kind op de andere arm leggen bij voeden/boeren), maar meestal wordt er al na korte tijd vooruitgang gezien. We komen regelmatig terug, om eventuele vragen of problemen samen op te lossen. Verder leren we de ouders spelletjes aan waarmee ze het kind kunnen uitlokken tot de gewenste houding.

Evalueren

Rond de 5e maand vindt een evaluatie plaats; is de schedelvervorming nog niet voldoende verminderd, of zijn er twijfels over, dan wordt een meting een zogenaamde plagiocephalometrie, gedaan.

Meting met thermoplastisch bandje

Hierbij wordt een thermoplastisch bandje om het hoofdje van het kind gelegd ( zie afbeelding), waarna het de vorm van de schedel aanneemt. Met een speciaal lineaaltje worden ter hoogte van oren en neus markeringen op het bandje gezet ( zie afbeelding). Daarna kan het bandje verwijderd worden, en onder een copieerapparaat gelegd worden.

Wanneer de afdruk gemaakt is (zie onderste afbeelding), worden hier met een lineaal de afstanden en hoeken op ingetekend en links en rechts goed met elkaar vergeleken.

Meting afwijkende schedelvorm

Uit deze maten komen percentages, die gebruikt kunnen worden om in te schatten hoe afwijkend de schedelvorm is, en in hoeverre dit in de toekomst nog zal gaan verbeteren.

Samenwerking

Wanneer uit deze berekeningen blijkt dat de kans groot is dat er blijvende schedelvervorming zal zijn, kunnen de ouders desgewenst contact op nemen met het "Scheve hoofden spreekuur" van Dr. Kopp in het ZMC.

Doordat wij intensief met hem samenwerken zijn wij in staat deze doorverwijzing snel te laten gebeuren, zodat er geen tijd verloren gaat.

Tijdens het consult bij Dr. Kopp wordt de schedel van het kind nauwkeurig onderzocht, om eventuele pathologie uit te sluiten. Wanneer de schedelvervorming ernstig is, en de ouders dit willen, kan gekozen worden voor helmtherapie. Deze helm wordt over het algemeen aangemeten door de firma Livit, en zal meestal tot de eerste verjaardag 23 uur per dag gedragen moeten worden. Het streven is om met helmtherapie te beginnen vanaf een leeftijd van 6 maanden.

Redressiehelm

Behandeling met een redressiehelm kan voor ouders en kind ingrijpend zijn. De behandeling wordt niet meer door de zorgverzekeraars vergoed. Wij krijgen vaak vragen over de effektiviteit van de helmtherapie, met name naar aanleiding van het HEADS onderzoek van Renske van Wijk. De conclusie van haar onderzoek was dat bij matige schedeldeformatie een helm niet effektief en dus niet nodig is. Dat zijn wij volledig met haar eens. De verwijzing voor een helm wordt slechts bij ernstige deformaties in gang gezet. Bij deze schedelvervormingen geeft de redressiehelm naar ons idee meestal een forse verbetering.

Gelukkig is dit zelden nodig, en zijn in de meeste gevallen de adviezen voldoende om de schedelvorm te laten verbeteren en het kind symmetrisch te laten ontwikkelen.

zie ook: ervaring van een ouder

Wij streven ernaar om de kinderen met een voorkeurshouding te begeleiden tot zij een goede zitbalans hebben, zich over beide zijden om kunnen rollen, en beginnen met kruipen.

Motorische achterstand

Er worden ook kinderen naar onze praktijk verwezen die door andere oorzaken een motorische achterstand hebben opgelopen. Meestal gaat het dan om een aangeboren afwijking, of een trauma tijdens/na de bevalling.

Ook bij deze kinderen komen wij regelmatig aan huis, om de ontwikkeling te beoordelen en adviezen te geven om de volgende stap in de ontwikkeling uit te lokken.

Alberta Infant Motor Scale

Bij het volgen van de ontwikkeling maken wij vaak gebruik van de Alberta Infant Motor Scale ( = AIMS). Dit is een zeer gebruiksvriendelijke test waarmee wij samen met de ouders kijken naar wat het kind aan motoriek laat zien in rugligging, buikligging, zit en stand.

Uiteraard kunnen er ook aandoeningen van neurologische aard zijn ( denk aan een parese of spasme) waardoor het kind gehinderd wordt in de normale motorische ontwikkeling. In dit geval zijn andere tests beter geschikt.

Deze kinderen moeten vaak langdurig gevolgd worden. Ook worden zij regelmatig gezien door kinderartsen en/of andere specialisten. Wij brengen zonodig rappportages uit aan deze deskundigen en werken nauw met hen samen om de zorg voor het kind zo optimaal mogelijk te maken.